Programmeren (1)

In deze module wordt geleerd hoe een programmaontwerp met behulp van een programmeertaal 1-op-1 vertaald wordt in programmacode. Het gaat hierbij om elementaire programmeerconstructies: de vertaling van sequenties, selecties en iteraties (test vooraf vs. test achteraf).

De gegevens die hierbij worden gebruikt hebben een elementair gegevenstype (gehele getallen, kommagetallen, letters, woorden, logische waarden).

Het maakt in principe niet uit met welke programmeertaal leerlingen willen werken. Als standaard programmeertaal wordt gebruik gemaakt van Pascal, maar er kan ook bijvoorbeeld gebruik worden gemaakt van programmeertalen als Javascript, Python, C (C#/C++), Java of Visual Basic (for applications).

Studiepunten: 3

Domeinen (examenprogramma): B1, B2, B4, D1, D2